Het levenstestament

Een levenstestament gaat niet over wat er met je bezittingen moet gebeuren als je komt te overlijden, maar legt je wensen vast voor je eigendommen en vermogen als je die door ziekte of ongeval niet zelf meer kan beheren. Je kan in een levenstestament zetten wat er moet gebeuren als dit zich voordoet, en je kan een volmacht geven aan een persoon die je vertrouwt om jouw zaken te beheren als je dat zelf niet meer kan. Situaties waarbij het levenstestament van kracht gaat zijn: als je bijvoorbeeld in een coma raakt, wanneer je dementeert of als je slecht ter been raakt en daardoor bijvoorbeeld geen boodschappen meer kan doen.

Het is niet verplicht om een levenstestament op te stellen, maar het is wel aan te raden om dit te doen. Als je door ziekte of een ongeval niet meer je eigen zaken kan beheren, en je hebt geen levenstestament opgemaakt, dan verlies je het zeggenschap over wie je bezittingen, vermogen en in sommige gevallen je eigen leven (in het geval van medische beslissingen) gaat beheren. De kantonrechter bepaalt dit dan voor jou, tenzij je dit in een levenstestament hebt vastgesteld. Zo kun je een vertrouwenspersoon aanstellen die jouw boodschappen doet, of jouw financiën doet, of jouw bedrijf tijdelijk gaat runnen, of zelfs bepaald wat er moet gebeuren als je in een coma verkeerd.

Je kan zelf een levenstestament opstellen als een onderhandse of notariële akte. Omdat er bij de eerste geen notaris aan te pas komt heeft een onderhandse akte minder waarde dan een notariële akte. Een notaris controleert namelijk of je wilsbekwaam bent, en adviseert je over belangrijke zaken. Een notariële akte is dus officiëler en betrouwbaarder. De notaris legt jouw levenstestament in de kluis en geeft jou een afschrift ervan. Je kan op elk gewenst moment jouw levenstestament aanpassen samen met de notaris.